Anton Bruckner

Anton Bruckner
Anton Bruckner

Bruckner facts:

naam:
 Bruckner, Anton

geboren: 4 september, 1824, Aansfelden (Oostenrijk)

overleden: 11 oktober, 1896

job: organist, componist

privé: vrijgezel, geen kinderen

bijzonderheden: heeft een tel-manie

***************************

Kortom....

Bruckner is geboren in een klein dorpje in Oostenrijk. Toen hij 13 was, stierf zijn vader. Hij moest een vak leren: schoolmeester, net als zijn vader en grootvader. Gelukkig kreeg hij ook muziekles: orgel, piano en viool.

Na zijn opleiding werd hij leraar, maar ook kloosterorganist, en verhuisde naar Linz, en veel grotere stad dan hij gewend was. Bruckner hoorde daar voor het eerst symfonieën en opera's. Hij ging muziektheorieles volgen, per post, en begon ook zelf te componeren.

Bruckner had niet meteen zo'n groot succes als componist. Hij was erg onzeker, en herschreef zijn composities heel vaak, ook nadat hij eindelijk erkend werd. Zijn negende symfonie kreeg hij niet af: hij stierf op 72-jarig leeftijd.

************************

Als je meer wilt weten........

Anton Bruckner werd geboren op 4 september 1824 in het bergdorpje Ansfelden in Oostenrijk (in de buurt van de Boheemse grens). Net als zijn vader en grootvader was hij voorbestemd om schoolmeester-koster te worden.

Toen Anton dertien was, stierf zijn vader, waardoor hij, als oudste van de familie, naar de kloosterschool van Sankt Florian (in de buurt van Linz) ging. Daar zong hij in het jongenskoor en kreeg er les in orgel, piano en viool. In 1840 vertrok hij naar Linz voor een opleiding als hulponderwijzer. Zijn eerste banen had hij in verschillende dorpen. Als hulponderwijzer moest hij van alles doen behalve lesgeven (tot zelfs de boeren helpen bij het uitmesten van de stallen).

Na het eindexamen werd hij onderwijzer in Sankt Florian Een jaar later werd hij er ook kloosterorganist. Later werd hij organist in Linz. Toch volgde de onzekere Bruckner nog zeven jaar lang per correspondentie muziektheorieles bij Sechter in Wenen.

In Linz (een veel grotere stad dan hij gewend was), hoorde Bruckner voor het eerst symfonieën en opera's. Hij ontmoette er operadirigent Otto Kitzler en leerde opera's van Richard Wagner kennen. Intussen verschenen zijn eerste composities: een "Mis in C" voor solisten, 2 hoorns en orgel, en ook zijn zogenaamde "Nulde symfonie", zo genoemd omdat Bruckner het werk later afwees en er het cijfer 0 boven zette….

Na een opvoering van Tristan und Isolde (een opera van Wagner) lukte het Bruckner eindelijk om deze componist te ontmoeten.

Na lang twijfelen nam hij de uitnodiging aan om zijn overleden leraar Sechter in Wenen op te volgen. Hij kreeg een staatstoelage om te componeren, en werd docent aan de universiteit, waar hij bij zijn leerlingen (waaronder Gustav Mahler) erg geliefd was. Tijdens een reis naar Bayreuth toonde hij Wagner zijn symfonieën.

Bruckner's muziek had niet direct succes. Hij was zelf heel onzeker, en werd altijd erg ontmoedigt door slechte kritiek. Hij herschreef zijn composities soms wel 5 of 6 keer. Aanvankelijk had hij de criticus Hanslick tegen zich. Bruckner vroeg zelfs de Oostenrijkse keizer of die er niet voor kon zorgen dat Hanslick hem niet meer afkraakte... Ook Brahms vergiste zich in Bruckners genie. Na de uitvoering van de Derde symfonie in 1880 kwam er eindelijk erkenning, o.a. door de waardering van de componist Hugo Wolf, die ook criticus was. Bruckner werd ere-doctor aan de universiteit. Toen hij overspannen raakte, nam hij ontslag als conservatoriumleraar. De finale van de Negende Symfonie voltooide hij niet meer: hij stierf op 11 oktober 1896. Zijn doodskist staat in de crypte van het klooster Sankt Florian.

Anton Bruckner