| Drie Blaasinstrumenten |
| 1. Neem vier glazen flessen, en vul ze met verschillende hoeveelheden water. Blaas over de opening van de fles heen. Maakt elk fles dezelfde toon? Als één een hogere toon maakt dan een ander, zit er dan minder of meer lucht in die fles? (Als je blaast gaat de lucht in de fles trillen. De glas van de flessen werkt als resonator. Hoe minder lucht in de fles, hoe hoger de toon als je er op blaast.) |
| 2. Plet één kant van ee rietje, en maak een korte ........aan beide kanten. Knijp zachtjes de platte kant tussen je lippen, en blaas. Maak zulke rietjes van verschillende lengtes. Maken ze allemaal dezelfde toon? Maakt het kortste rietje de laagste toon of de hoogste? |
| 3. Verzamel kartonne tubes van verschillende lengtes en diktes. "Buzz" in één kant. Hoe verschillen de tonen met de verschillende maten tube? |
|